Verslag 12 oktober Storytelling

Verslag 12 oktober Storytelling

Een verslag is ook een soort verhaal. Maar als het een opsomming van feitjes is dan boeit het weinig. Mensen moeten zich ermee kunnen verbinden. Oftewel hoe vat je het relaas van een boeiende avond over storytelling samen in een pakkend verhaal. Leanne Steeghs, die speciaal voor dit thema was uitgenodigd, gaf een verhelderend inzicht in hoe je een verhaal kan vertellen. Zo blijken wij spiegelneuronen te hebben die zorgen dat wij een verhaal kunnen meebeleven. En dankzij deze verbindingen zijn onze hersens veel beter bedraad om verhalen in ons op te nemen dan alleen maar feiten.

Over feiten gesproken: De Zaanstreek is uniek. Op vele fronten. Punt. En de verhalen zijn er in overvloed. Maar hoe kunnen we oude en hedendaagse verhalen verzamelen en op een frisse manier teruggeven aan de mensen. Het zijn de mensen die het verhaal bepalen, niet de inhoud. Het is de menselijke toon waardoor wij ons er mee kunnen verbinden.

Nog meer feiten, en dan van deze avond. Bas Husslage was de moderator, Jacob Spaander was de surpriseact die een kort oerverhaal over de eerste Zaankanter vertelde. De eigenwijze Dirk. Als Leanne het later over het belang van archetypes heeft dan is het duidelijk. De Dirk uit het verhaal, die als eerste het zompige niemandsland wat later bekend zal worden als de Zaanstreek, betreed, ook al verklaart iedereen hem voor gek, en aldaar een bestaan weet op te bouwen is een archetype. Wat, het is zelfs een Zaans archetype. Later haalt iemand anders Bleke Nelis aan, een man die onder een net neergeschoten ijsbeer bedolven werd en door doodangst witte haren kreeg. Nu ook de naam van een Zaans biertje. Bij de promotie van dit voedzame vocht wordt het verhaal in krachtige taal verteld. Storytelling op en top.

Feit: Bleke Nelis heeft echt bestaan (de Dirk van Jacob waarschijnlijk niet), maar pas als wij ons kunnen voorstellen hoe het is om onder een ijsbeer bedolven te worden gaat hij weer voor ons leven.

Leanne brengt een, zoals ze zegt, vrij rationele methode om een verhaal op te bouwen zodat mensen zich er emotioneel mee kunnen verbinden. Belangrijk voor als je een verhaal gaat vertellen is dat je het volgende afvraagt. Wat moeten ze denken? Wat moeten ze voelen? Wat moeten ze (ermee) doen? Wat moeten ze aan andere doorvertellen? Dit ontlokt een typische Zaanse reactie uit de zaal. ‘Ik hou niet zo van moeten.’ Maar Leanne heeft natuurlijk gelijk dat je wel een idee moet hebben wat je wilt bereiken met je verhalen.

Feit: De Zaanstreek kent genoeg verhalen. De Zaankanter heeft, volgens één van de bezoekers, een voorliefde voor sterke verhalen en mythes die dicht bij hem staan.

Maar hoe verzamel je ze? Ellen Holleman vertelt over de Verhalenbank. Een bank, opgetrokken uit voorwerpen van oude industrieën. Tijdens het festival cultuur industrie verscheen deze bank op verschillende plekken in de Zaanstreek en namen er mensen plaats op die konden vertellen over de Zaanse industrie. Het leverde geweldige verhalen op. Maar tegelijkertijd was het een haast mythische strijd (ja, storytelling) om de juiste mensen te bereiken. Tijdens de laatste editie, op het cacaofestival op de Zaanbocht viel alles op zijn plek. Mensen die werkzaam waren en zijn in de cacao-industrie vertelden over de bedrijven. De vele bezoekers voelde opeens een klik; dit is van ons. Misschien omdat er mensen van vlees en bloed vol enthousiasme zaten te vertellen over ‘hun’ bedrijf. Inmiddels is het project van de verhalenbank ten einde is er is behoefte aan een herbestemming van de prachtige verhalenbank. Iedereen met een goed idee is welkom. Er worden er al drie geopperd, deze avond. De één roept; veilen! Een ander vindt het zinvol om hem nu bij de vluchtelingen in het Veldpark te zetten, om daar de verhalen te verzamelen. Een laatste optie is rituele verbranding. Het voordeel van het laatste is dat rond een kampvuur altijd de mooiste verhalen worden verteld. Tenslotte is iedereen eigenlijk een verhalenverteller.

Feit: Er was ook een interactief gedeelte.

Workshops over verschillende thema’s. De tachtigjarige oorlog, de bloeiperiodes van de molens, de realisatie van de Zaanse Schans, het tijdperk van de stoommachines en de voedingsindustrie, en tenslotte een open tafel waar men zich kon afvragen, welke thema’s hier nog meer voor het oprapen liggen.

De sfeer van de avond was er vooral één van enthousiasme. En ik denk dat het op deze avond vooral ging om de verschillende Zaanse thema’s duidelijk te krijgen, en dat is wel gelukt. Een kleine greep.

We hebben passie voor de streek. Molens krijgen een nieuwe doel; verhalen vertellen. Al vier eeuwen bevindt de industrie zich te midden van huizen. Hoe geven we invulling aan deze tijd, de vijfde eeuw hiervan? De Zaanstreek heeft een sleutelrol gespeeld in industrialisatie en globalisering, veel van wat er nu is, is terug te herleiden tot de innovaties en transformaties die zich hier hebben voorgedaan. Er is altijd dynamiek. De Zaanstreek is rijk aan early adaptors. Ze hebben het begrip hier waarschijnlijk uitgevonden. Zorg dat je altijd aanwezig bent met het verhaal. Betrek kinderen erbij. Maak het aantrekkelijk. De Zaanse Schans als archetype de redder; het heeft een stuk van de historie van de Zaanstreek gered door van anarchistisch buurtje uit te groeien tot toeristische attractie. Het verleden gebruiken als kader voor de toekomst. Mensen laten begrijpen wat er zo bijzonder aan de Zaanstreek is. Monet is ook een mooi thema. Het migratiethema is nu weer actueel, maar je zou kunnen zeggen dat de Zaankanter van origine een migrant is. De Zaanstreek als smeltkroes. En dan weer de verhalen als verbindende schakel. Maar de mooiste is misschien nog wel; je moet het de mensen zelf laten doen.

Daarom wil bijvoorbeeld het Zaanse museum verhalen gaan verzamelen. Ze willen vrijwilligers aantrekken die in hun eigen leefomgeving de mensen gaan interviewen. Uiteindelijk is iedereen een verhalenverteller, al is het alleen maar bij de koffie. En in de Zaanstreek dus graag sterke verhalen met welhaast mythische proporties. Ons wel besteed. We hebben niet voor niets deze avond geleerd dat onze hersenen veel beter geschikt zijn om verhalen aan te vertellen dan te overstelpen met feiten. Of ik het één of het andere heb gedaan met dit verslag laat ik aan uw hersenen over.

Maar ik wil eindigen met wat Jur Kingman deze avond tijdens de workshop die hij leidde zei: ‘Er is altijd een voorhoede die moet zeggen dat iets waarde heeft.’ Tijdens deze Aan de Zaan avond was die voorhoede er zeker. De voorhoede die zegt; de verhalen uit deze streek zijn belangrijk. We moeten ze verzamelen onder de mensen en weer teruggeven aan de mensen. En dat is een feit.

 

Jacob Spaander.