4 april 2016: Verslag In gesprek met de Raad van Zaanstad

Twee jaar geleden organiseerde Aan de Zaan een gesprek met de plaatselijke lijsttrekkers. Een opmerkelijk debat tussen politiek en maatschappelijke initiatieven in de schaduw van de verkiezingen. We hebben toen afgesproken om na twee jaar weer een ontmoeting te organiseren om te zien hoe het er dan voor staat. Lees het verslag van 2 jaar later.

Het was even spannend of we vanuit de plaatselijke politiek net zoveel animo zouden kunnen verwachten als twee jaar geleden, toen we hen hadden uitgenodigd in de schaduw van de verkiezingen. Maar met de aanwezigheid van acht van de twaalf fracties waren wij zeer tevreden. Met een keur aan maatschappelijke initiatieven en mensen die bij de gemeente werken erbij waren er zo’n vijftig mensen in de Fabriek samen gekomen.

Het doel was om de raad in gesprek te laten gaan met maatschappelijke initiatieven. Hoe geven wij vorm aan de participatiemaatschappij met elkaar en waar kan het beter?

Als aftrap werd er een filmpje vertoond met de quotes die de fractievoorzitters twee jaar geleden de zaal in hadden geslingerd, waarop onze moderator Martin de Ruiter een aantal aanwezige fractieleden om een reactie vroeg.

Het blijkt best goed te gaan, er zijn successen geboekt maar er is nog veel te doen. De rol van de gemeente is niet altijd duidelijk. Het door Songul Mutluer (PvdA) genoemde succes van bewonersbedrijf Poelenburcht is een mooi voorbeeld daarvan. Patrick Zoomermeijer (SP) vraagt zich af in hoeverre daar de garantie is dat alle buurtbewoners mee participeren? Maar als Marc Wit van de CDA gelijk heeft dat veel mensen nog steeds op zichzelf gericht zijn en het een kwestie van de lange adem is, dan kun je je weer afvragen of dat een criterium moet zijn van een geslaagd maatschappelijke initiatief. Iedereen is het er wel over eens dat er, zoals Patrick het mooi formuleerde, meer ruimte moet komen voor concrete initiatieven. Ruud Pauw (Rosa) geeft aan dat dit alles toch vooral een omschakeling in denken en doen vraagt van de gemeente.

Om het gesprek op gang te krijgen waren er drie maatschappelijke initiatieven uitgenodigd. Het eerste initiatief, dat plenair werd behandeld betrof de Fronik boerderij. Een buurtboerderij die op gemeentegrond staat en een duidelijke buurtfunctie vervult. Het behoort, zoals later ergens gezegd wordt bij het DNA van de buurt. De gemeente moet beslissen of de buurtbewoners de ruimte krijgen om zichzelf te bewijzen door de Fronik boerderij en haar buurtfunctie rendabel te maken. De grote vraag hierbij is wat zwaarder moet wegen; maatschappelijke of financiële waarde? En hoe zet je die tegen elkaar af? Maatschappelijke meerwaarde is niet alleen in geld uit te drukken en vaak zelfs helemaal niet. Deze waarde zal zich vooral op lange termijn bewijzen en vaak ligt de (financiële) winst in het feit dat er minder geld nodig is om bepaalde maatschappelijke problemen aan te pakken of bepaalde buurtfuncties te verwezenlijken. Zo kent dit gedeelte van Zaanstad geen buurthuis. Een buurtboerderij kan daar op inspelen. Dan hoeft er ook geen een te komen. Het geld dat daarmee uitgespaard wordt is in feite financiële winst. Er moet dus vooral gekeken worden naar wat er niet hoeft te gebeuren als een maatschappelijk initiatief de ruimte krijgt. In het geval van deze buurt; dat laten zijn wat eigenlijk ontbreekt en dat nooit vanuit de gemeente is gekomen.

Uit de discussie met de aanwezigen blijkt ook dat de communicatie tussen beide partijen beter kan. Edwin Hertzberg van de Fronik boerderij geeft duidelijk aan dat ze drie dingen missen bij de gemeente. Dat is als eerste vertrouwen dat ze succesvol kunnen zijn. Maar ook het lef om risico’s te nemen, ook als dat wel eens financieel pijn kan doen aan de kant van de gemeente. En als laatste oog voor de maatschappelijke meerwaarde in plaats van de focus op het geld. Marc Wit (CDA) geeft aan dat dit vertrouwen wel van twee kanten moet komen. Beide partijen kunnen water bij de wijn doen. Misschien is het plan te groot voor die plek en die functie.

Wederom wordt genoemd dat de gemeente moet wennen aan de nieuwe vormen waarin besluiten op dit vlak genomen moeten gaan worden. Paul Laport (Groen links) vindt het jammer dat er zo vaak sprake is van economisme. Volgens hem staan we nu juist op een kruispunt waarop we moeten beslissen wat zwaarder moet wegen; maatschappelijke meerwaarde en financiële waarde. De constante vraag of iets economisch rendabel is gaat er voor zorgen dat er niets moois overblijft.

Joke Havik van de Zip onderschrijft dit in feite als ze zegt dat als de Fronik boerderij zoveel meerwaarde heeft dat we gewoon moeten zeggen dat we het behouden. Tenslotte moet, zoals iemand uit de zaal het mooi verwoord, Zaanstad blij zijn met dit soort parels.

Als intermezzo bracht Jacob Spaander een korte column over de decentralisatieparadox, ook te lezen op de site van platform aan de Zaan. Hierin probeerde hij alles in het grotere (landelijke) perspectief te zetten om het uiteindelijk toch weer dicht bij huis te brengen want het moet toch vooral van onderaf gebeuren. Burgers, professionals en lokale gemeente moeten samen werken en alle drie niet alleen de verantwoordelijk op hun gebied krijgen maar ook zeggenschap. Een nieuwe vorm van denken en doen door mensen.

Hierna wilden wij het gesprek echt op gang brengen door de bezoekers met elkaar te laten praten over twee verschillende initiatieven en de daarbij horende thematiek. Dat kon natuurlijk niet zonder beide initiatieven even aan het woord te laten.

Als eerste was Marije Heijne van de kledingbank aan de beurt. Een mooi en goedlopend initiatief dat succesvoller is dan ze zelf had verwacht, in de zin dat er heel wat mensen mee geholpen worden. Een heel praktisch punt waar zij tegen aanloopt is dat zij graag in elke wijk een container om kleding op te halen zou willen plaatsen, maar de aanbesteding voor dergelijke plekken is al helemaal rond en vaak zijn dit ook langlopende contracten. Zij kan als een initiatief dat volledig draait op vrijwilligers niet meedingen omdat zij daar de financiën niet voor heeft. De vraag die dat opwerpt is of je de regels mag negeren als het een maatschappelijk initiatief in de weg staat.

Het tweede initiatief is de buurtbegroting van de Westzanerdijk. Claudio Martina, onder andere bekend van het Blauwe Pand vertelt dat hij tijdens een avond in Pakhuis de Zwijger hoorde van een dergelijk initiatief in stadsdeel Amsterdam-Oost. Zij waren zo trots op hun buurtbegroting dat het aanstekelijk werkte en hij dit wil uitwerken voor zijn buurt. Terwijl in heel Amsterdam een dergelijke aanpak nu een focuspunt is blijkt vooral uit de gesprekken op deze avond dat gemeente Zaanstad nog onbekend is met het begrip en wat moeite heeft om te begrijpen wat het inhoudt en wat de consequenties ervan zijn. Heel simpel gezegd gaat het erom dat de gemeente de begroting die ze heeft gemaakt voor een bepaalde wijk overzichtelijk en transparant kan presenteren. Dan kan de buurt, als die dat wil, ermee aan de gang door te zeggen dat zij bepaalde dingen zelf zouden kunnen doen, het geld dat uitgespaard wordt op die manier kan dan worden uitgegeven aan iets anders in de buurt. Het voordeel is dat je hierdoor eigenlijk een veel fijnere afstemming krijgt op wat een buurt werkelijk nodig heeft. Je raakt aan het DNA van de buurt.

Hierna werd er druk met elkaar gesproken over deze zaken en waarschijnlijk nog meer. De neerslag van deze gesprekken werden op grote vellen op de tafel neergeschreven. Een samenvatting van wat daar uit voort is gekomen zal zo spoedig mogelijk ook te lezen zijn op de site van platform aan de Zaan.

Tijdens een korte terugblik hierop werdf met betrekking tot de kledingbank gewezen op de rol van de professionals hierin, waarmee Natasja Groothuismink van Rosa mooi kon verwijzen naar de column van Jacob. Zo opereren wijkteams in elke wijk heel verschillend, wat ook logisch is gezien de al vaker genoemde DNA van een buurt. Maar voor stedelijke initiatieven als de kledingbank is dit weer lastig. Songul Mutluer geeft aan dat er hoop gloort aan de horizon want in juli 2017 komt er een wetswijziging waarbij buurtinitiatieven voorrang kunnen krijgen op aanbestedingen. Met deze nieuwe wet kunnen opdrachten aan wijken worden gegeven.

Dit kan meteen een goede impuls geven aan de buurtbegroting. Wat dat laatste betreft wordt er vooral gesproken dat het de moeite waard is om hiermee te experimenteren. Het vraagt van de gemeente voorwerk door hun begroting op dit gebied inzichtelijker en transparant te maken. Het vraagt aan de buurtbewoner om zelf verantwoordelijkheid te dragen voor het welzijn van de buurt. Een andere vorm van denken en doen dus.

Wat dat betreft was deze avond een mooie stap op die weg. Zoals uit de terugblik op de avond zelf blijkt zijn de bezoekers positief over de avond. We zouden dit vaker moeten doen. Minstens één keer per jaar. Maar misschien moeten we, Zaanstad is tenslotte één van de grotere streden van Nederland, ook groot denken en het nog veel vaker doen. De mix van raadsleden, mensen van de gemeente en maatschappelijke initiatieven werkt dus goed. Dat merkte je ook tijdens de tafelgesprekken en daarna. Mensen gingen werkelijk in gesprek met elkaar en lieten hun gedachten de vrije loop. Even geen tegengestelde partijen maar ontmoetingen van persoon tot persoon. Ja, en dat mag inderdaad veel vaker gebeuren.

Juist dit soort ontmoetingen, één van de doelen van platform aan de Zaan, zijn belangrijk in het hele proces waar we in zitten. Zoals Jacob in zijn column al zei: dat deze transitie plaats zal vinden is niet de vraag, maar hoe. Deze avond geeft aan dat wij in de Zaanstreek bereidt zijn te experimenteren en te zoeken naar nieuwe vormen om met elkaar in gesprek te gaan. Dus ja, wat ons betreft; we gaan het vaker doen. Want het was wel even wennen, maar het voelde toch vooral erg lekker.

Jacob Spaander.

 

TAFELGESPREK BUURTBEGROTING. PLATFORM AAN DE ZAAN.

 

4 april 2016 organiseerde platform Aan de Zaan een avond over ‘de raad en maatschappelijke initiatieven’. Onderdeel van die avond waren twee tafelgesprekken met raadsleden, mensen van de gemeente en maatschappelijke initiatieven over twee onderwerpen; de kledingbank en de buurtbegroting. Hier volgt een weerslag van de tafelgesprekken over de buurtbegroting.

Het idee achter een buurtbegroting is dat de gemeente inzichtelijk kan maken welke bedragen zij waarvoor besteed in een buurt. Buurtbewoners kunnen dan zelf in overleg treden met de gemeente wat zij bijvoorbeeld zelf kunnen doen. Het geld wat in de buurt op deze manier bespaard wordt kan dan aan iets anders besteed worden in dezelfde buurt. Dit klinkt simpeler dan het is, dat blijkt wel uit de tafelgesprekken. De vragen die hierbij gesteld werden waren:

  • Wat is een buurtbegroting?
  • Waarom zou je dat in Zaanstad ook willen invoeren?
  • Hoe kun je dat (in je eigen wijk) starten?
  • Zal een buurtbegroting kunnen zorgen voor meer samenwerking tussen gemeente en buurten?

Weerslag tafelgesprekken.

Er is veel onduidelijkheid over wat een buurtbegroting nu precies is en wat de gevolgen ervan kunnen zijn.

Claudio Martina van het Blauwe Pand legt uit dat de buurtbegroting twee fases kent.

In de eerste fase wordt de gemeentelijke begroting per wijk en per onderdeel inzichtelijk maken voor bewoners (en raadsleden). Hiermee is de gemeente transparant in haar uitgaven. Opgave, inzet en activiteiten zijn duidelijker zichtbaar

In de tweede fase kan een buurt een deel van die begroting zelf invullen of besteden. Dit gaat dan ook niet over dingen die in stedelijk verband gedaan moet worden, denk daarbij bijvoorbeeld aan riolering e.d, maar meer de details zoals die in een bepaalde wijk veel beter tot hun recht kunnen komen. De wijkbewoner kent zijn wijk veel beter en heeft meer zicht op waar werkelijk behoefte aan is. Dat kan per wijk heel verschillend zijn. Als kleine rekensom noemt Claudio het volgende: De begroting van gemeente Zaanstad is ongeveer 600 miljoen euro waarvan 1/3 deel enigszins flexibel. Als we daar nu 1% door de buurten laten besteden kom je op een bedrag van 200.000 per buurt of wijk. The right to challenge, noemt hij dat.

Er moet tussen gemeente en buurtbewoner duidelijkheid zijn waar er ruimte is binnen de gemeentelijke buurtbegroting en waar niet. Door het transparant maken van de verschillende buurtbegrotingen kan er teveel gekeken worden naar wat een andere buurt ‘wel’ krijgt. Ook zullen mondige buurtbewoners meer invloed hebben en zal ook hier de wil van de meerderheid gelden (buurtdemocratie). Daar valt weer tegenin te brengen dat dit dan wel op een veel kleiner vlak gebeurd en dichter bij huis. De kans dat er iets in een buurt gebeurd waarvan een groot deel van de buurt niet mee eens is, wordt kleiner. De grote vraag is natuurlijk wie de verantwoordelijkheid uiteindelijk draagt en wie de zeggenschap heeft. Het zal zeker de buurtkracht stimuleren en mensen het gevoel kunnen geven dat ze verantwoordelijk zijn voor hun eigen wijk.

Dat geeft al een aantal redenen aan om het in Zaanstad te willen invoeren. Meer gebruik maken van de eigen kracht, kennis en inzicht van de buurt om dingen op wijkniveau te realiseren. Het zal zowel de cohesie, organisatie en creativiteit binnen een buurt stimuleren. Mensen kunnen meer meedenken en ik gesprek gaan over gemeentelijk beleid aangaande hun buurt.

Maar hoe kunnen we daar een goede start in maken? Gaan we eerst gedegen onderzoeken of gaan wij er meteen op los experimenteren? Er zullen altijd mensen zoals Claudio zijn die het voortouw willen nemen om zoiets in hun buurt van de grond te krijgen. De gemeente kan met deze mensen rond tafel gaan zitten om te kijken wat we nog hierover moeten weten en hoe en waar we kunnen beginnen met een experiment. Uiteindelijk zullen ‘best practices’ aantonen of het (in Zaanstad) kan werken of niet. Een presentatie van hoe het werkt in Amsterdamse wijken of een expeditie daarheen (van gemeente en burgers) kan een mooie en leerzame aanzet zijn. Van daaruit kunnen we weer verder kijken. Dat we op kleine schaal moeten beginnen en vanaf het begin het hele proces transparant en eenvoudig moeten houden is iets waar alle aanwezigen het over eens zijn.

Uiteindelijk kan een buurtbegroting hierdoor ook zorgen voor meer samenwerking tussen gemeente en buurten. Een fijnere afstemming zou hierdoor mogelijk zijn. Het vergt aan de ene kant in het begin extra organisatie, maar op lange termijn zal die zich terugverdienen. Het moet ook duidelijk zijn welke verwachtingen er van zijn van beide kanten. Ook daarin transparant zijn. Niet alle verwachtingen vanuit een buurt zouden te realiseren kunnen zijn.

De vraag wordt gesteld of dit de begroting niet nog complexer en tijdrovender zal maken. Het grote verschil zit hem in de presentatie van de begroting. Deze moet transparant en met minder ambtelijke taal gepresenteerd worden. Als duidelijk is welk deel van de buurtbegroting ‘ter discussie’ gesteld mag worden door een buurt zal daar wat meer tijd mee gemoeid gaan maar ook dit zal zich terugverdienen doordat er op buurtniveau veel effectiever gehandeld kan worden in betreffende gevallen.

Een andere toepassing van het idee is om een deel van de begroting open te laten, dit geld beschikbaar te stellen en aan de buurt te vragen waaraan ze het willen besteden. Ook moet de rol van de wijkmanager in het geheel goed bekeken worden.

 Conclusie

De conclusie van deze avond is dat het idee van een buurtbegroting het experiment waard is maar dat er eerst wat meer duidelijkheid (bij burgers en gemeente) moet komen wat het eigenlijk inhoudt en welke verwachtingen reëel zijn. Het zal zeker een gunstig effect op de buurten zelf kunnen hebben. Op buurtniveau zal een deel van het geld veel effectiever gebruikt kunnen worden, en naar ieders tevredenheid. Gemeente en buurtbewoner.

Column Jacob Spaander

MACHT AANDE BURGER… EN DE PROFESSIONAL…. EN DE GEMEENTE.

Als maatschappelijk participant en daardoor soms ‘lastige klant’ is het wel zo fijn als jouw kijk op de zaken bevestigd wordt door een gedegen artikel van geaccepteerde deskundigen. Want juist als een participerende burger ben je de deskundige op dit gebied maar vaak de laatste die gevraagd wordt naar zijn of haar oordeel. Dat is jammer want ik geloof oprecht dat heel wat ambtelijke rompslomp en geld verslindende onderzoeken vermeden kunnen worden door de ervaringen van de op dit gebied actieve burger als eerste te horen.

Het artikel waar ik op doel betreft een essay van Pieter Hilhorst en Jos van der Lans in de Groene Amsterdammer over de decentralisatie in de zorg. Zijn de decentralisaties op dit gebied een werkelijke machtsoverdracht naar gemeente, hulpverleners en burgers of is de greep van boven juist verstevigd? Een interessante en wezenlijke vraag. Gaat de roep van bovenaf om een participatiemaatschappij ook gepaard met een oprechte bereidheid om de macht bij de lokale overheden en uiteindelijk de burger te leggen?

Het gaat hierbij om een machtsverschuiving op drie niveaus. De macht van landelijke politiek naar lokale politiek, van gemeentelijk beleid naar de professionals die het maatwerk moeten leveren en tenslotte van de professional naar de burger zelf.

De bottom-up beweging die al jaren, met wisselend succes, maar met succes, gaande is moet niet alleen van bovenaf omarmd worden, maar eerder het uitgangspunt gaan vormen. Alleen dan kan Den Haag haar belofte na komen als ze zegt: niet voor de mensen, maar door de mensen. Als deze drievoudige verschuiving niet plaatsvindt, is alleen het eerste van kracht; niet voor de mensen.

Het essay stelt de vraag of het rijk wel serieus wil decentraliseren. Want zo wordt bij de Participatiewet de gemeentelijke beleidsvrijheid op allerlei manieren beknot. Gemeente moeten vooral strikt uitvoeren wat in Den Haag is bedacht. Zo worden veel gemeentelijke sociale diensten geregeerd door de angst dat teveel maatwerk leidt tot een afkeurende accountantsverklaring en daarmee tot boetes van het rijk. De door het Rijk voorgeschreven rechtmatigheid is belangrijker dan lokale doelmatigheid of efficiënter maatwerk.

Sociale wijkteams zijn vaak een groot deel van hun tijd kwijt aan iets proberen te bereiken bij de landelijke opererende overheidsinstellingen zoals het CJIB, de belastingdienst of het UWV. Een ander sprekend voorbeeld is de kostendelersnorm. Iemand die voor zijn inwonende blinde moeder zorgt, wordt gekort terwijl hij juist doet wat het rijk wil. Participeren en het best kloppende maatwerk op het gebied van zorg leveren. Het scheelt de maatschappij dus geld, maar hij wordt beloond met een korting omdat zijn moeder bij hem in huis woont. Hier is sprake van een rijksregel die in feite maatwerk verbiedt, of op z’n minst ontmoedigd. Niet bepaald voor de mensen.

In een ander voorbeeld raden mensen elkaar onderling aan om tijdens de beroemde keukentafelgesprekken vooral je onmacht te etaleren, want dat betekent meer kans op zorg. Zolang de burger het gevoel krijgt dat het beroep op zijn eigen kracht toch vooral een dictaat van bovenaf is, zullen dit soort situaties zich blijven voordoen. Zolang de machtsovergave die de decentralisatie belooft niet werkelijk op de drie niveaus wordt doorgezet blijft de roep om een participatiemaatschappij een holle frase waarin mensen terecht niets anders kunnen zien dan een verkapte bezuinigingsmaatregel. Waar blijft het tweede gedeelde van de door het rijk zo bondig en treffend geformuleerde slogan hierover; niet voor de mensen, maar door de mensen.

Er is sprake van een decentralisatieparadox. Het ligt niet in de aard van machtshebbers om hun positie spontaan ter beschikking te stellen. Ze hebben eerder de neiging om deze veilig te stellen door van boven naar beneden te gaan controleren. Daarom moeten gemeenten een tegenmacht vormen tegen de Haagse gewoonte om hen kort te houden en de regie niet uit handen te geven. De professional moet hetzelfde doen naar de gemeente toe; hij of zij moet maatwerk afdwingen. En tenslotte moet de burger zijn zeggenschap opeisen, want verantwoordelijkheid zonder zeggenschap is een holle frase; een halve slogan; niet voor de mensen. Dit vraagt ook daadwerkelijk aan de burger om te participeren en dan soms maar een lastige klant te zijn. Het heft in eigen handen nemen en daarbij het gevoel hebben dat hij daarin wordt gesteund door de hulpverlener, door zijn gemeente en dus uiteindelijk ook zijn overheid.

Op dit moment lopen burger, professional en gemeente nog op tegen de decentralisatieparadox. Maar ook al doet het rijk, door de touwtjes in handen te willen houden, nog niet wat het wel belooft, ze creëert op dit moment wel een soort vacuüm waarin de burger, de professional en de gemeente niets anders kunnen dan hun eigen verantwoordelijkheid nemen, en zeggenschap opeisen. De decentralisatieparadox ten voeten uit: Iedereen wil naar beneden toe de controle behouden, maar ondertussen wordt de roep om van onderaf onze maatschappij opnieuw vorm te geven steeds urgenter gehoord en gevoeld.

Het is niet de vraag of dit ooit doorzet. Nee, het is de vraag hoe zich dit doorzet. En dit kan alleen maar als de professional naar de burger luistert, als de gemeente naar professional en burger luistert, en als de rijksoverheid naar gemeente, professional en burger luistert. Wie doet ermee? Dankzij het rijk hebben we al een mooie slogan voor handen: Door de mensen.

Jacob Spaander

 

Aanmelden via deze link 

Ken je mensen die ook interesse hebben in deze bijeenkomst, nodig ze dan graag uit via deze link.