verslag 8 januari 2018: Een blik op de toekomst met robotica specialist David Abbink

26229992_1728503650553087_2287395180862213373_nTijdens de nieuwjaarsbijeenkomst blikken we bij Platform Aan de Zaan voor de verandering niet terug maar kregen we een blik op de toekomst. Lees het verslag van een druk bezochte avond.

David Abbink specialist op het gebied van robotica, hield een inspirerende lezing houden over de interactie tussen robots en mensen.

Zie ook de video over dit onderwerp.

Robots-mensen

Unknown-1

David Abbink

Met zo’n thema (ik wou bijna zeggen futuristisch, maar zo futuristisch is het allemaal niet meer…) kijk je toch anders de zaal in als je de koppen wil tellen. Stand op het eerste gezicht:

Mensen: Ongeveer zestig. Robots: Geen één.

26219713_1728503663886419_1258525548536880291_nAl was er één persoon die niet zeker was of hij zelf niet wellicht een robot was, dus dat kan er toch één zijn geweest. En misschien vallen al die mobieltjes, laptops en eventuele protheses ook wel onder de term robots. David Abbink, associate professor cognitive robotics op de TU Delft en de bezielde spreker (dus duidelijk geen robot) van deze avond, corrigeert zichzelf iets later dan ook door te zeggen dat hij wellicht de avond had moeten beginnen met: dames en heren en robots.

Het moge duidelijk zijn; de avond ging over robots. Of toch meer over mensen?

David doet onderzoek naar de interactie tussen mens en machine in het brede perspectief. En dat laatste is met recht breed te noemen, want er blijken heel wat perspectieven te zijn. Hij zegt zelf dat zij eigenlijk ook niet precies weten wat robots nu precies zijn. In de zaal zegt men; robots zijn net als mensen, terwijl iemand anders zegt; wij zijn robots met een ziel (precies, dat twijfelgeval waar ik het net over had.) Een ander noemt ze apparaten die gebouwd zijn om repetitieve taken te doen, vaak maar één tegelijk. Achter elke goede robot staat dus een goede programmeur, zoals later zal blijken. En meestal meer dan één.

Robots zijn hot.

26195546_1728503647219754_4001935703818304009_nRobots zijn de laatste tijd een hot topic, hun ontwikkeling lijkt in een stroomversnelling te geraken. Dat komt in de eerste plaats omdat de rekenkracht van chips elke twee jaar verdubbelt. Nu zijn ze al zo groot als een insectenbrein, misschien over een paar jaar zo groot als dat van ons. En wat als ze dan over weer een aantal jaar een brein hebben dat groter is dan dat van de hele mensheid samen? Goed, we komen zo bij de doemscenario’s. Beloofd.

De zaken gaan ook steeds sneller omdat machines zelf vaardigheden kunnen aanleren; het zogenaamde deep learning. Nadat een computer de regels van het go-spel hadden geleerd konden ze binnen een paar uur de regerende wereldkampioen verslaan. Google translate verzon een eigen tussentaal om sneller teksten te vertalen. Een taal die mensen zelf niet begrijpen. En dan is er natuurlijk het internet of things, het netwerk van apparaten. Iets wat onder mensen (niet onder robots) de meeste angst oplevert.

Kortom, kunstmatige intelligentie gaat ons de pan ik hakken! Maar de doemscenario’s zijn nog niet aan de beurt.

Robots zijn dom, maar wel goed in rekenen…

26229992_1728503650553087_2287395180862213373_nMaar wat is intelligentie dan precies? Tot nu toe gaat het in feite gewoon om het vermogen heel snel heel veel hele ingewikkelde algoritmes te verwerken. Maar achter elke goede robot staat dus nog steeds die goede programmeur.

Dat voorkomt niet dat robots amper fatsoenlijk kunnen lopen. De meeste vallen na de eerste stap al om. Om te bewegen heb je namelijk proprioceptieve neuronen nodig, althans, de mens gebruikt die om te bewegen. Zo weet je welk deel van je lichaam waar is en welke kracht je moet uitoefenen. En om dat allemaal in goede (zenuw)banen te leiden heb je een centraal zenuwstelsel nodig. En hersenen! Dus voorlopig staat het nog steeds 60-0 voor de mensen. (Of hooguit 59-1)

Maar goed, dan nu de doemscenario’s.

Arnold Schwarzenegger is op zich al een soort vleesgeworden doemscenario, maar als Terminator is hij werkelijk de belichaming van robots die ons allemaal willen vermoorden. In een filmpje zegt een robot met een vrouwelijk gezicht op de vraag of zij menselijke wezens zou willen vermoorden heel behulpzaam; natuurlijk wil ik dat. Het idee om behulpzaamheid bij robots in te programmeren moet nog maar even goed doordacht worden.

Vreemd genoeg is een ander doemscenario voor de meeste mensen nog veel beangstigender; ze pikken onze banen in! Maar dat stelt ons wellicht weer in staat om na te gaan denken over een andere zingeving voor ons leven en basisinkomens en zo meer. De grote vraag is of er straks een paar bedrijven alle macht op productiemiddelen hebben of dat alle mensen worden bevrijdt van werkdruk.

Maar David is vooral bezig met een derde, meer hoopvoller scenario, namelijk co-existentie of co-evolutie.

Samenwerken met robots.

Daarvoor is een goede communicatie nodig. Aan de ene kant helpt het als een robot er dan menselijk uitziet, maar aan de andere kant gaan er stemmen uit om ze er zo dom uit te laten zien als ze in feite zijn. Met al hun denkkracht zijn het nog steeds geen autonome wezens. Ze doen alleen wat hen is opgedragen; achter elke goede robot…

Deep learning betekent vooralsnog alleen maar dat ze slimmere manieren bedenken om hun taken uit te voeren. Dat ze daarbij hele andere oplossingen bedenken dan mensen zouden doen heeft te maken met het feit dat ze veel sneller kunnen rekenen en vergelijken, niet met intelligentie.

Robots zijn een nieuwe diersoort.

Misschien zijn robots een nieuwe diersoort. Dit keer door de mens gemaakt en geen product van de evolutie. Maar hoe domesticeer je die nieuwe soort? Door ze goede programma’s mee te geven. Misschien moet je er kleine, schuwe, een beetje domme diertjes van maken, zoals David en zijn team doen in Robotvalley in Delft. Kleine diertjes die fladderen, kruipen of zwemmen. Voordelen ten over: Kleine fladderende robotjes maken niet zulke grote blauwe bulten als drones die tegen je opbotsen. Heel veel zwemmende diertjes, aan elkaar gekoppeld kunnen op de golfslag van de zee energie oogsten. En ze zien er ook nog eens lief en onschuldig uit. Oké, ze kunnen ook ongezien hele vervelende dingen uitvoeren. Maar dat is dan inderdaad een kwestie van uitvoeren; het programma dat zij in zich hebben uitvoeren. Achter elke foute robot staat een foute programmeur, zeg maar. Terminator versus lieve, kleine, domme autobots.

Een auto is een robot waar je in zit.

Over auto’s gesproken, David is ook bezig met de ontwikkeling van symbiotic driving. De zelfrijdende auto is een gevaar op de weg omdat robots in principe niet met een onvoorspelbare omgeving uit de voeten kunnen. Daarom is de menselijke bestuurder een soort back-upsysteem dat klaar moet staan als het mis gaat. Maar ja, dan is het messtal ook meteen veel te laat. Dus robots zijn misschien meer zoals paarden. Een goede samenwerking met ruiter en paard gebeurd niet door zweepslagen of ondoordachte commando’’s. Nee, het is kracht die via de teugel voelbaar is, voor zowel mens als dier, of door houding of minimale communicatie. Voor symbiotic driving is de teugel bijvoorbeeld een gaspedaal dat de bestuurder laat voelen wat de auto doet. Oftewel; feedback van de kracht die gebruikt wordt of nodig is. Dan heb je het dus weer over proprioceptie. Je weet wel; daar hebben wij mensen neuronen voor.

Sensitieve robots.

Robots moeten dus nog veel meer prikkels kunnen voelen en verwerken. De mens heeft daar hersens en zintuigen voor. In principe hebben robots geen andere organen nodig. Nou ja, misschien een hart. Maar misschien ook niet. Als compassie wordt in geprogrammeerd zijn robots wellicht beter in staat dan mensen om onder elke omstandigheden (zelfs in het verkeer!) compassie te tonen. Hoe dan ook, de recente ontwikkelingen in de robotica maakt dit tot een fascinerend tijdperk voor de ethiek. Op de TU Delft moesten de toekomstige ingenieurs gewoon dingen maken die werkten, nu moeten ze nadenken over impact, over ethiek, over wat wenselijk is en niet.

De belangrijkste conclusie van deze avond is wellicht dat achter elke goede robot een goede programmeur staat en dat robotica dus vooral mensenwerk is.

26231789_1728503643886421_206262612369609276_nRobots kunnen het ons makkelijker maken, dat staat vast. Maar de problemen in de wereld, zoals ongelijke verdeling of het tekort schieten van menselijke compassie, dat zijn zaken die wij toch vooral zelf, als mensen moeten doen. Wij zijn in wezen ook de programmeurs van de samenleving. En de kwaliteit van die samenleving zegt vooral alles over de kwaliteit van die programmeurs.

En om die kwaliteit te verbeteren willen wij met platform Aan de Zaan natuurlijk ons steentje bijdragen, dus daarom blijven wij in 2018 ook lekker goed en kwalitatief… euh… programmeren.

En daar dronken wij tijdens deze Nieuwjaarborrel natuurlijk ook op.

Jacob Passander