#66/3 december 2018 Verslag Op safari naar het Museum der Mensheid

#66/3 december 2018 Verslag Op safari naar het Museum der Mensheid

BINNENKANT VAN DE MENSHEID

Verslag expeditie platform aan de Zaan. 3 december: op bezoek bij het Museum of Humanity.

Verslag Jacob Spaander, videoproductie Rob Smits (Bureau Durf), fotografie Rob Verweij.

 

Voor deze Aan de Zaan waren wij voor de verandering eens niet in onze vaste huiskamer Café Fabriek te vinden, maar Bij Bind op het Hembrugterrein. De buren van het Museum of Humanity. Ruim vijfentwintig mensen zaten in de sfeervolle ruimte te luisteren naar Ruben Timman.

 

 

A night at the museum Een rij mensen met zaklampjes loopt door de druilerige nacht naar gebouw acht waar het Museum of Humanity is. Eerst kijken we naar een korte documentaire: de Droom. Geprojecteerd tegen de ruwe muur van het gebouw. Daarna is het tijd om echt het museum in te gaan. In een amper verlichte ruimte hangen de grote portretten. Mensen kijken, schijnen met een lampjes, raken in gesprek. Het doet je afvragen waarom musea altijd zo fel verlicht zijn. Op deze manier is het nog meer een beleving. Alsof we iets doen wat eigenlijk niet mag. Maar de werkelijkheid is dat we ons bewegen in de binnenkant van de droom die Ruben ooit heeft gehad en die nu is uitgekomen.

– verslag gaat verder onder de video –

Achtergrond In 2001 schreef Ruben in Vietnam, waar hij als fotograaf voor een opdracht bezig was, op de achterkant van het reisschema een droom op die hij de avond ervoor had gehad. Hij liep rond in het museum van de mensheid en werd daar rondgeleid door Kofi Annan. Maar het museum was in slechte staat. Het was er donker, overal lag gebroken glas en puin en op de vitrines lagen dikke lagen stof. Ruben was wakker geworden met een gevoel van verontwaardiging. De mensheid is mooi en verdient een beter museum.

Op reis naar de mensheid Drie jaar later begint hij zijn project: humanity. Over de hele wereld fotografeert hij mensen. Tegen een zwarte achtergrond, zodat ze eigenlijk overal vandaan kunnen komen. Misschien denk je dat je een vluchteling ziet, terwijl de persoon gewoon uit je eigen woonplaats komt. Een jongeman lijkt een model te zijn, maar achter het zwarte doek zou je de tenten van het vluchtelingenkamp hebben gezien. Juist omdat mensen er uit worden gelicht ontstaat er een eenheid.

Ruben laat ze niet lachen, want dat is een trucje. Hij zet ze wel recht, zodat ze vanzelf meer waardigheid krijgen. Maar dat is de buitenkant. Het gaat Ruben vooral om de binnenkant, daar waar ieder mens mooi en waardig is. Inmiddels heeft hij al meer dan 3.500 mensen gefotografeerd. Hij is al vijftien jaar op deze manier onderweg, maar zijn reis is nog lang niet klaar.

Instortingsgevaar Ergens op de reis gaat bij Ruben zelf het licht uit. Door privéomstandigheden komt hij met zijn rug tegen de muur te staan. Hij die zo graag de schoonheid en waardigheid van mensen wil vangen ontdekt dat hij die van zichzelf is kwijtgeraakt. Tot overmaat van ramp moet hij ook nog verhuizen en komt op het Hembrugterrein terecht. In eerste instantie met tegenzin. Maar daar ziet hij wel Gebouw acht. Het vervallen bouwwerk trekt hem meteen. Maar hij kan er niet bij komen. Er staat een hek omheen met borden; verboden toegang, instortgevaar. Als hij een jaar later mannen met helmen er in en uit ziet gaan, trekt hij de stoute schoenen aan. Hij vindt een gat in het hek en sluipt naar binnen. Daar doet hij de ontdekking van zijn leven. Dit gebouw is het museum uit zijn droom.

Renovatie Het Gebouw acht wordt nu gerenoveerd en ergens is dat haast jammer. Het zou zo moeten blijven. Ruben vindt gebouw acht ook te mooi geworden. Binnenkort gaat het museum verhuizen naar een ander gebouw. Gebouw 155, wat als laatste wordt verbouwd maar wel veilig is. Het museum zal een jaar lang als een soort kijkdoos altijd geopend zijn, en op de vrijdag open voor bezoek.

De reis is nooit over Ook in het nieuwe gebouw zal het museum van de mensheid een tijdelijk onderkomen hebben. Ruben vind het niet erg. Hij ziet het museum meer als een manier om een bepaald gedachtegoed over de mensheid uit te dragen. Dat mag ook in de vorm van een reizende expositie. Wereldwijd zijn er zoveel gebouwen die zich daar voor lenen dat het museum nooit dakloos hoeft te zijn. Het is misschien eerder een soort olievlek. Op het eind zou de expositie wellicht zelf in het gebouw van de Verenigde Naties kunnen neerstrijken.

Maar het museum moet ook een plek zijn waar kunst, cultuur en maatschappelijke vraagstukken elkaar ontmoeten in de vorm van debatten, theater, dansvoorstellingen en zo meer. Verbindend element; de mensheid.

Die mensheid lijkt in verval. Het museum of humanity stelt de vraag hoe je die weer opbouwt. Schoonheid en waardigheid zijn voor Ruben de sleutelwoorden. Dat wil hij in beeld brengen. De meesterwerken zijn dan niet de foto’s die er hangen maar de mensen zelf.

Ruben ziet de wereld als een schatkamer. Elk gezicht heeft waarde. Al denkt hij soms wel van: die heb ik nog niet. Maar tegelijkertijd wil hij van zijn voorkeur af. Iedereen is een meesterwerk. Sommige hebben een duidelijk verhaal, maar Ruben beschouwt dat als een extra cadeau.

Voorbij de droom Dat is misschien ook wel de kracht van het museum. Het geeft de mensheid een gezicht. Een gezicht waarin je jezelf kunt zien. Het bijzondere is dat het allemaal ontstond uit een droom. En op deze avond liepen wij in werkelijkheid rond in die droom. Maar we waren gewoon wakker. En nu op een bepaalde manier wellicht nog meer wakker dan ervoor.

En mocht het museum inderdaad eens op een dag neerstrijken in het gebouw van de Verenigde Naties dan zal iedereen die er deze avond bij was met een glimlach terugdenken aan deze mooie en zelfs mystieke avond. Wat is de mensheid mooi.

De reis is er één van de ontdekking van onze waardigheid. Geen zoektocht, want het zit al in ons. En dat is geen droom maar werkelijkheid.