20191104_210924

04 NOV 2019

#75 Taalbeheersing en participatie: taal is een warm huis (verslag)

Sociaal en inclusief

Deze avond had een feestelijk tintje. Omdat het een jubileumavond was, maar ook omdat er lekkere hapjes waren. Maar dat was niet de belangrijkste reden dat er zeker vijftig mensen aanwezig waren (al zal het zeker geholpen hebben). Zoals moderator Rob Smits van Platform aan de Zaan het verwoordde: “Taal leeft in de Zaanstreek!”

Eerbetoon aan ‘goed genoeg’ Sandra Ball, de andere organisator van deze avond introduceert het thema van de avond vanuit haar eigen ervaring. Ze was 25 jaar toen ze in Nederland aankwam. Vanuit de Verenigde Staten, waar haar grootouders indertijd naar toe waren gegaan als vluchtelingen.  Het was wennen; de Nederlander wordt vaak ervaren als onbeleefd, vanwege zijn directe stijl. Ook wordt er van nieuwkomers verwacht dat ze niet alleen de taal goed spreken maar ook beheersen. Maar een taal werkelijk onder de knie krijgen (zoals deze uitdrukking begrijpen) is best lastig op latere leeftijd. Daarom ziet Sandra deze avond als een eerbetoon aan het ‘goed genoeg’ en aan de inzet tot beter.

Ontmoet de moeders Dat voor het leren van een taal de ontmoeting met degene die deze al spreken erg belangrijk is, mag gelden als de rode draad van deze avond. En ontmoeten gaat het beste samen met eten. Dan kan zelfs een vreemd land als een warm huis aanvoelen. Taal is de sleutel om mee te doen, zoals een Arabisch gezegde gaat.

Vandaar dat Renata Pen ‘Meet the Mama’s’ is gestart. Nieuwkomers laten hun talenten zien in de keuken. Hierdoor leren ze de taal en de Nederlander beter te begrijpen en ze ontmoeten ook hun toekomstige netwerk. Dat komt eten. Met eten als onderwerp is het vrij makkelijk om nieuwe woorden en begrippen te leren. En voor de rest doet google translate natuurlijk wonderen. Bijna net zo belangrijk is het ontvangen van complimenten.

Renata zou graag nog beter samenwerken met alle mensen en organisaties die bezig zijn op dit gebied. Zij ziet een carrièrehuis voor zich, waar de nieuwkomer welkom is en waar ze langzaam maar zeker kunnen groeien. Dat klinkt inderdaad warm.

Warm als de hapjes die de koks Meran en Zeng voor ons hadden bereid. Zij zijn een goed voorbeeld van hoe Meet the Mama’s mensen helpt om hun weg te vinden in Nederland. Ze hebben nu een eigen bedrijf. En zelfs onze koning heeft van hun hapjes genoten.

Leesplezier Ook de Bieb speelt een rol, met name in de strijd tegen laaggeletterdheid. Uiteraard spelen boeken daarin een belangrijke rol. Zo is er een doorlopende leeslijn, en leesmediacoaches die scholen bezoeken. Corry van Assema van de Bieb kan ons daar alles over vertellen. Om de taal te leren, kun je bij de Bieb terecht. Mensen die een bewijs van taalkennis nodig hebben, sturen zij door naar het IVIO voor een gratis taalcursus. De inspanningen van de Bieb hebben succes. Dankzij hun inzet is het leesplezier op de Zaanse scholen hoger dan het landelijk gemiddelde.

Een belangrijk punt wat Corry benoemt, is het feit dat om een taal werkelijk te begrijpen je een basis woordenschat nodig hebt van 6000 woorden. Daar is een talige omgeving voor nodig. Met het taalakkoord probeert de Bieb samen met andere partners daaraan bij te dragen. Wat ze daarin nog missen is het bedrijfsleven die meer kan inzetten aan taalvaardigheid van hun personeel.

Tulpen Men zegt dat het Zaans een beetje zingt. Ze zeggen ook dat het wel wat zeikerig klinkt, maar goed. Dus samen zingen is ook een goede manier. Vandaar dat Gerard Lommers van Fluxus vertelt over het meezing evenement dat op 10 november gehouden wordt. Nieuwkomers en Zaankanters zingen samen in het Nederlands. André Hazes, hoe Nederlands wil je het krijgen? Maar natuurlijk ook de evergreen ‘Tulpen uit Amsterdam’. Even ontstaat er een spontane samenzang. Een mooi voorbeeld hoe warm een huis kan klinken.

Het gewicht van taalcoaches Leo van der Linden is taalcoach. Een foto van hem achter een tafel met heerlijke Syrische hapjes, gemaakt door zijn leerling Lina. ‘Ik ben taalvrijwilliger én een paar kilo’s aangekomen.’

Iedereen zou iemand als Lina willen lesgeven, want ze kookt graag en goed. Dat is natuurlijk niet de reden waarom je taalcoach wordt, maar zeker een reden om het te blijven doen. Naast Leo’s werk als ambtelijk secretaris waar hij vooral opschrijft wat andere mensen zeggen, wilde hij graag op een andere manier met taal bezig zijn. Dat is ook de belangrijkste voorwaarden om dit werk te doen; je moet in taal geïnteresseerd zijn en dat willen overbrengen. Voor de rest ontvang je genoeg ondersteuning, dus je hoeft het niet zelf uit te vinden. Lina geeft aan dat zij pas echt Nederlands heeft geleerd dankzij Leo.

Koffietijd Yvonne Kelatow spreekt Nederlands met een accent. Ze vertelt hoe haar ouders uit de Molukken hier naar een kamp midden in het bos kwamen. Ze mochten niet integreren want het was de bedoeling dat ze weer terug zouden gaan. Wel kregen ze les in Nederlands koken; bloemkool. Geen goede reclame voor de Nederlandse keuken. Daarna verhuisden ze naar Wormerveer. Zoals haar vader zei ‘nu gaan we Nederland binnen’. Daarvoor had Yvonne tot haar zesde alleen Maleis gesproken. Alleen witte mensen spraken die botte, vreemde taal. Ze had het gevoel dat ze op school extra haar best moest doen om de Nederlandse grammatica onder de knie te krijgen. Voor haar is de taal begrijpen ook de cultuur begrijpen. Een veelzeggend voorbeeld; als een Nederlander je uitnodigt voor de koffie zit daar een duidelijke tijd aan vast. Als je gewend bent dat de keuken 24 uur open is, heb je daar geen besef van. Dus kom je binnenvallen op een tijdstip waarop een Nederlander haast in paniek raakt omdat hij nu koffie moet zetten op een ander moment dan hij gewend is.

Met elkaar Nederlands spreken De Sluis was al een paar keer langskomen als filmpje maar nu kwamen ze eindelijk aan het woord. Truus Vegter vertelt wat ze daar doen voor de nieuwkomers. Het gaat hier vooral om met elkaar (Nederlands) spreken en ontmoeten. En dan hebben wij het over het huis, tuin en keukennederlands. Dus niet ‘hoe gaat het met u?’ maar ‘hoe gaat ut?’. Door taal nieuwkomers betrekken lukt hier goed. Twee Syrische dames zitten zelfs in het bestuur. Sauzan doet veel met promotie, Razan, die van huis uit accountant is, regelt financiële zaken. Hierdoor leert ze meteen hoe dat soort dingen in Nederland gaat.

Sauzan vond het Nederlands vooral moeilijk klinken, maar ze praat nu al voldoende om zelf naar de dokter te gaan. Dat soort zaken zijn erg belangrijk. Razan weet nog goed dat ze, toen ze hier pas was, voor het verkeerslicht stond te wachten. Een man op een fiets naast haar zei iets en lag dubbel van het lachen. Zij gaf aan dat ze alleen Engels kon. De man zei; o, laat maar, het komt goed’. En fietste door. Toen zij thuis kwam zei ze tegen haar man; ik wil die taal leren!. En dat deed ze zo grondig dat ze drie jaar lang soms wel tien uur per dag woorden aan het leren was. Haar man kookte in die tijd en verzorgde de kinderen. Maar nu kan zij hem weer goed op weg helpen omdat zij de taal zo goed kent.

Een warme avond Elkaar spreken en ontmoeten. Het lijkt erop dat dit de ware voorwaarde is voor zowel een goede taalbeheersing als participatie. Misschien klopt het wel een beetje. De Nederlander met zijn directe stijl komt niet meteen als warmhartig en open over. Toch komt er op deze avond ook dat andere beeld naar voren. De Nederlander die een warm onthaal biedt, die graag helpt. Die openstaat voor andere culturen. Misschien is hij wel zo geworden omdat nieuwkomers ook altijd iets komen brengen. En dan heb ik het niet alleen over heerlijke hapjes. Misschien is het juist wel die warmte die zij hier toevoegen. Langzaam verandert Nederland in een plek waar je 24/7 bij mensen aan tafel kunt aanschuiven om te kletsen en te eten. Dan kan taal een warm huis zijn waar je elkaar leert begrijpen. En dat lukt ons dus alleen samen.

verslag door Jacob Spaander

dscn0060
dscn0039
20191104_200352