groene-stad-3

06 JAN 2020

#77 Door de bomen de stad niet meer zien: de groene stad van de toekomst (verslag)

Cultuur en stad

Het is altijd fijn om de titel van de avond zelf te kunnen gebruiken als titel van het verslag. Je zoekt toch naar een pakkende zin. Één die prikkelt, aansluit bij de avond zelf en ook nog iets literairs of een knipoog heeft. Door de bomen de stad niet meer zien, heeft dat allemaal in zich. 

Er waren ook genoeg mensen die dat vonden. Met ongeveer veertig bezoekers mag je dat wel zeggen. Dat ligt natuurlijk niet aan de titel maar aan het onderwerp: de groene stad van de toekomst. Een avondje bomen over een Groene Zaanstreek.

Bosco verticalis. Arthur Wagenaar in zijn voortreffelijke debuut als moderator van een aan de Zaan-avond trapte de avond af met het grote plaatje. Hoe ziet een groene stad eruit? Met het beroemde voorbeeld van Stefano Boeri, het bosco verticalis in Milaan als uitgangspunt, eindigt hij een korte presentatie met het voorbeeld van de Vinkenstraat in Zaandam, waar de ene straatkant kaal en kansloos lijkt, terwijl de overkant er al veel groener en daardoor meer leefbaar eruit ziet.

De populier als apparaat. Daarna was het de beurt aan Eva Stache om iets te vertellen over ecosysteemdiensten. Naast haar werk als architect doet zij onderzoek naar deze diensten bij de TU Delft. Ecosysteemdiensten zijn de diensten die wij van de natuur gebruiken. En zoals uit haar presentatie blijkt zijn het niet alleen ware multitaskers, maar in feite ook onze levensverzekering. Elke stedelijke omgeving dreigt een hitte-eiland te worden. Met de grote bosbranden in Australië als schrikbarend voorbeeld is het duidelijk dat klimaatadaptief bouwen een noodzakelijkheid is. De enige techniek die daarvoor geschikt lijkt, is het gebruik maken van… juist, ecosysteemdiensten.

Als voorbeeld noemt Eva de populier, een boom die veel water en CO2 kan opnemen. Als je dat als apparaat wil nabouwen, met een waterpomp, leidingen, reservoir, steiger en noem maar op ben je al gauw €17.000,- kwijt. Dat geeft een goede indicatie hoeveel ecosysteemdiensten eigenlijk waard zijn.  Deze diensten houden niet op bij de kavelgrens. We moeten af van het kaveldenken. Één groene tuin levert veel ecosysteemdiensten op, maar het effect neemt expotioneel toe als een hele straat of wijk groen is.

Ik wil wel 20.000 bomen neerzetten. Gijs Doeglas is onze Zaanse stadecoloog. Hoewel veel van zijn tijd momenteel opgaat aan berekeningen controleren i.v.m. de stikstofproblematiek staat voor hem vooral het natuurinclusief bouwen en het verhogen van de biodiversiteit bovenaan zijn lijstje. In het interview dat Arthur met hem heeft verspreekt hij zich door, als hij het heeft over de 20.000 woningen die gebouwd moeten worden, het per ongeluk te hebben over 20.000 bomen. Daarmee raakt hij echter misschien precies de kern van de zaak.

Gijs geeft nu vaak advies bij stedelijke ontwikkelingen. Klimaatadaptief bouwen gaat hand in hand met biodiversiteit verhogen en natuurinclusief bouwen. Dit staat nu wel op de agenda maar is nog niet voorwaarde scheppend. Dit heeft veel te maken dat de gemeente Zaanstad weinig grond in haar bezit heeft. Maar de omgevingswet zal wellicht daar verandering in kunnen brengen en als haakje dienen om daar een meer dwingend karakter aan te geven.

Een drietrapsraket naar een niet rode planeet. Jacob Spaander kijkt even naar wat je als bewoner zelf kunt doen om invloed te hebben op die groene stad van de toekomst. Hij onderscheidt een soort drietrapsraket. Maar dan niet één die ons naar Mars, de rode planeet brengt, maar er voor zal zorgen dat onze planeet geen rode planeet, een hitte-eiland in de ruimte zal worden.

Stap 1 Begin bij jezelf is de eerste trap; een betere wereld begint bij jouw achtertuin, van operatie steenbreek tot zelf klimaatadaptieve aanpassingen aanbrengen. Groene gevels en zelf de wateropvang regelen. Het goede voorbeeld geven dus.

Stap 2 Bemoei je met de buren. Van guerrilla gardering en groenadoptie naar gezamenlijke initiatieven als buurtmoestuinen en voedselbossen. Overtuigen en omkrijgen. Hoe groot is jouw achtertuin eigenlijk?

Stap 3 De laatste stap is; bepaal mede het beleid. De hele stad als jouw achtertuin. Inspraak benutten, actievoeren of je verenigen. Dat laatste kan in de vorm van een buurtbegroting opstellen, een ecohof willen bouwen en dat soort zaken. Hier gaat het ook om presenteren en visualiseren.

GROENzaans. Een mooi voorbeeld van dat laatste is GROENzaans, een facebookcommunity ter bevordering van groen in Zaanstad. Maar natuurlijk meer dan dat. Niet alleen omdat groen mooi is, maar omdat we er ook belang bij hebben. De ecosysteemdiensten waar Eva het over had. GROENzaans is ook actief als een soort ogen en oren voor de ambtenaren. Ze signaleren wat er gebeurd met bomen en groen. Per wijk zijn er vaak boomwachters actief. GROENzaans probeert onnodige bomenkap tegen te gaan, heeft regelmatig overleg en probeert ook bijdrage te leveren aan een groenere ontwikkeling van de stad. In feite proberen ze projectontwikkelaars en bouwers een beetje te heropvoeden.

Maar ook organiseren ze wandelingen of een groene borrel. Ook zijn ze betrokken bij de Japanse Duizendknoopbrigade. Een woekerende exoot waartegen alleen round-up leek te werken. Juist omdat we dat niet willen zijn er nu vrijwilligers die handmatig deze woekeraar aanpakken.

Meer informatie: klik hier

Bomen laten groeien doe je niet alleen. Chris Winter is de ‘bomenman’ van de gemeente. Hij is betrokken bij het onderhoud van het groen in Zaanstad. Bomen hebben het moeilijk in een stedelijke omgeving, rioleringen, kabels,stoepen, parkeerplaatsen, nieuwbouwplannen. Een boom moet kunnen groeien. Zoals Gijs al aangaf is deze gedachtegang vrij recent, maar in een dynamische (openbare) ruimte met een hoog waterpeil is dat lastig. Bomen hebben ruimte en vriendjes nodig. Eigenlijk horen bomen in het bos, daar floreren ze het beste. Dat houdt eigenlijk in dat we in een stedelijke omgeving eigenlijk een soort bos moeten imiteren. Dus daar zijn die 20.000 bomen weer.

Oevers verbinden. Jacob vertelt over ecohof Noorderveer, een bewonersinitiatief om een ecologische leefgemeenschap te bouwen in de Zaanstreek. Een schoolvoorbeeld van hoe je een groene stad op integrale wijze kan vormgeven. De plek waar dit zal komen is in Wormerveer, in de oude Floraschool die circulair en klimaatadaptief verbouwd zal worden. Dat verklaart ook de naam; op die hoogte bevond zich op de Zaan ooit het Noorderveer. Dat klinkt heel deftig maar was in feite één mannetje in een boot die mensen overzette.

Het ecohof wil ook juist dat doen. Verbindingen leggen, zorgen dat we de overkant halen. Ook bijvoorbeeld tussen economie en ecologie want als we niet klimaatadaptief en natuurinclusief gaan bouwen zullen wij snel een veelvoud van kosten moeten maken. Onze Calvinistische inslag dat de kosten voor de baat uitgaan is in dat opzicht een belangrijk argument om zo te gaan bouwen.

Zo is het ecohof in overleg met het waterschap, de gemeente en studenten van TU-delft bezig om onderzoek te doen hoe je waterneutraal kunt bouwen. Dus hoe je niet alleen al het regenwater kunt opvangen, maar ook op je eigen locatie kunt bewaren voor de droge periodes. Wellicht komen daar inzichten uit die in de toekomst de leidraad zullen zijn voor hoe wij dan bouwen. Dat wij anders moeten bouwen staat voor Jacob vast, Hij verwijst niet voor niets steeds naar de presentatie van Eva Stache die tevens de architecte is van het ecohof.

Meer informatie? Klik hier

Adem halen in eigen tuin. Als laatste onderdeel van de avond wilden wij naar aanleiding van een aantal stellingen de reacties uit de zaal horen. De sprekers van de avond namen zitting in het panel.


Stelling 1:  Groen op een muur maakt jouw huis kapot. De deskundigen zijn het er over eens dat dit niet het geval is tenzij het huis al in slechte staat is. Groene schuttingen zijn misschien een mooi tussenalternatief. In principe kan een groene gevel juist een muur beter beschermen, maar je moet het wel onderhouden. Naast de ecosysteemdiensten die een groene gevel levert is er nog meer waarde aan toe te kennen, zoals een bezoekster opmerkte; een groene gevel helpt mij om beter adem te halen in mijn eigen tuin.

Suggesties voor beplanting van je gevel vind je hier

Stelling 2: Een straat vol riool is slecht voor bomen. De tweede stelling klonk precies andersom; een straat vol bomen is slecht voor het riool. Maar een bezoekster opperde om het op deze manier te stellen. Een ander noemde het; boomsparend denken. We moeten heel anders denken over de indeling van de openbare ruimte, zowel boven als onder de grond. Eva Stache merkte nogmaals op dat ecosysteemdiensten simpelweg geleverd moeten worden en dat dit vooral zorgt voor enorme (on)kostenbesparing in de nabije toekomst, dat moet de gemeente ook meenemen als ze een straat opnieuw indeelt.

Stelling 3: Als je een boom wilt zien ga je maar naar een park. De opmerking van Chris indachtig dat een boom het beste floreert in een bos zou pleiten om het hier mee eens te zijn. Het is natuurlijk en/en, zoals iemand opmerkt. Iemand anders oppert om op stukjes waar groenadoptie plaats vindt meer bomen te planten, bijvoorbeeld bij een speciale gelegenheid als een geboorte.

Maar mag je wel bomen planten daar waar je het leuk vindt? Chris geeft nogmaals aan dan een boom ook moet kunnen groeien. Spontaan bomen planten in de openbare ruimte mag daarom niet. Liever niet zelf, maar in overleg altijd graag.

Stelling 4: Bomen neerzetten, tegels eruit; gewoon verplicht stellen. Deze stelling gaf misschien wel het beste de dynamiek en het dilemma van deze avond weer. Het is duidelijk dat de noodzaak om anders te bouwen en de stad meer een bos te laten zijn een dwingend karakter moet hebben maar verplichten blijft een lastig ding. De omgevingswet biedt wellicht een kans om dit wel te verankeren in de wet.

Andere geluiden zijn; kapvergunningen strenger, belasting heffen op versteende tuinen, niet meer denken in afzonderlijke eengezinswoningen maar ga de hoogte in en creëer meer gemeenschappelijk groen. En met dat laatste idee zijn we eigenlijk terug bij de visioenen van een groene stad. Het bosco verticalis. Om er voor te zorgen dat het groen in de stad niet een plantsoen is dat steeds kleiner dreigt te worden.

De titel van de avond was; door de bomen de stad niet meer zien. Toen we die bedachten wisten we nog niet dat één van de belangrijkste uitkomsten zou zijn dat we, als we een groenere stad willen, we als het ware een bos moeten gaan imiteren. Een betere manier om de noodzakelijke vorm van klimaatadaptief en dus natuurinclusief bouwen te omschrijven kan ik haast niet bedenken. Met andere woorden; toch die 20.000 bomen neerzetten. Zodat de stad weer kan ademhalen. Jacob Spaander (verslag)

img_6767
20200106_214450
img_6765
20200106_200436