9 mei 2016: Deeleconomie in de praktijk

9 mei 2016: Deeleconomie in de praktijk

“Delen is het nieuwe hebben”, hoor je regelmatig. Alle spullen zelf bezitten wordt minder nodig, en elkaar helpen zonder officiële instanties wordt door nieuwe smartphonetoepassingen steeds makkelijker. Maar wat houdt de ‘deeleconomie’ nu eigenlijk in, hoe werkt het en hoe maak je daarvan optimaal gebruik? Lees het verslag van Jacob Spaander! En het gedicht van Jacob Spaander.

Unknown

Het volgende verslag wil ik graag met jullie delen. Het gaat over de Aan de Zaan-avond van maandag 9 mei over de deeleconomie. Martine Zeijlstra en Robert Visscher zijn de auteurs van een praktische reisgids door de deeljungle, genaamd; Delen doe je zo. Zij deelden hun kennis over dit onderwerp met minstens veertig bezoekers. Ja, ook het bezoekersaantal wil ik ook graag even met jullie delen.

Zoals Martin van der Gaag in zijn openingswoord al zei kopen wij van alles apart in en het meeste daarvan eindigen op zolder. De gemiddelde mens boort slechts twaalf minuten van zijn leven daadwerkelijk ergens een gat in, toch heeft haast elk huishouden wel een boormachine liggen Daarom geeft Robert ook aan dat de deeleconomie veel heeft te maken met de overcapaciteit die we met z’n allen hebben. En niet alleen van spullen, maar ook van bijvoorbeeld kennis. Eigenlijk is de deeleconomie een soort marktplaats van spullen, kennis en diensten die iemand tijdelijk kan gebruiken.

Het ook niets nieuws, maar de komst van het internet maakt het nu zo succesvol. Vroeger had je al het witte fietsenplan, maar nu deel je soms de wagen van iemand anders en rij je zomaar in een Porsche naar Den Haag, zoals Robert overkwam.

Je kunt van alles delen. Het delen van iemands huis in een andere stad of land is met enkele muisklikken snel geregeld. Het is niet alleen goedkoper, je komt ook vaak op plekken waar de normale toerist niet komt. En locals geven je vaak tips waar je heen kunt gaan. Je bent eigenlijk veel meer echt aanwezig op de plek waar je bent. Je deelt jezelf ook meer, zou je kunnen zeggen.

Het delen van zorg kan natuurlijk nooit een vervanging maar het is zeker een waardevolle aanvulling. Het gaat hierbij vaak ook om hoe het netwerk dicht bij de deur, de wijk zelf kan helpen. Buuv is een mooi voorbeeld hoe dat geregeld kan worden.Kirsten van Buuv Zaanstad noemt het een sociale marktplaats. 2500 mensen in Zaanstad zijn bij dit netwerk betrokken. Een ander voorbeeld s het Broodfonds. Kleine ondernemers sparen elke maand een bepaald bedrag en als één van hen ziek wordt krijgt deze van elke deelnemer een kleine schenking zodat hij financieel door die periode heen kan komen. Daar is vertrouwen voor nodig, maar omdat een boordfonds nooit meer dan 50 mensen telt ken je elkaar.

Ook de tuin kun je delen, denk maar eens aan een buurtmoestuin of samen een voedselbos neerzetten. En onder het mom van ‘samen weet je meer’kun je ook kennis delen. Martine pimpt onder de naam van Kapje Rood gebruikte kleding op. Ze leert een Argentijnse vrouw Nederlands en die vrouw maakt in ruil daarvoor professionele foto’s van de kleding. Of denk aan een initiatief als duurzame buren. Buren met ervaring met bijvoorbeeld zonnepanelen kunnen je veel beter vertellen wat er allemaal bij komt kijken.

Delen is gebruik maken van wat de ander heeft, kan of weet. Dat kan dus op basis van wederkerigheid, maar soms is de waardering die je ervoor krijgt al genoeg . En ben je bang dat die niet beklijft, heeft Ben Baars met zijn prodeo’s een goede oplossing. Je kunt jouw waardering voor wat iemand heeft gedaan laten blijken door wat prodeo’s op zijn ‘rekening’ te storten. Zo kun je de waarde van gratis of de mate van geluk meten. Ook waardering voor elkaar kun je dus delen, en misschien is dat wel het allerbelangrijkste.

Er is geen grens aan wat je kunt delen. Tenslotte delen wij deze wereld met elkaar. Dat zegt eigenlijk wel genoeg. Goed, dit wou ik even met jullie delen.

Jacob Passander

Lees ook het deelgedicht