Verslag 28 november: Zaanse ruimte voor stadmakers en happy infiltrators

Verslag 28 november: Zaanse ruimte voor stadmakers en happy infiltrators

frans-in-junglebus-300x225De gemeente Zaanstad wil actief de stad terug geven aan de mensen. De open ruimte is de plek waar je kunt beginnen. Wij willen de discussie aangaan hoe je de openbare ruimte samen meer kunt gebruiken. Ruimtemaker Frans Soeterbroek kwam op 28 november naar café Fabriek om Zaankanters te inspireren samen stappen te maken in de openbare ruimte. Lees het verslag!

Zwermen over de Zaan

Zaanse ruimte voor happy infiltrators

fullsizerenderDe Zaanstreek kent heel wat bedrijvige bijtjes, zeker op het gebied van maatschappelijke initiatieven, participatie en zo meer. Op maandag 28 november streek een zwerm van zo’n vijftig mensen neer in café Fabriek. Die beeldspraak van zwermende bijen komt niet omdat ik de lente al weer in mijn bol heb, maar omdat de spreker van deze avond, Frans Soeterbroek de groep Utrechtse ruimtemakers waartoe hij behoort ook een zwerm noemt. Vaak zo’n tien tot vijftien mensen groot, maar soms uitgroeiend tot een kleine honderd. Frans Soeterbroek kwam als collega-stadmaker spreken over hoe je als happy infiltrator de bestaande structuren kan…euh..infiltreren.

In deze tijd merk je dat de (behoorlijk participerende) beweging van onderaf zich in veel gevallen heeft ontwikkeld tot een professioneel peil. Met bijbehorende expertise die niet alleen vaak hokjes overschrijdend is maar ook actueel, praktisch en lokaal. Binnen de gemeenten zijn veel bijen actief om een verandering teweeg te brengen in de manier waarop wij nu de dingen organiseren. Logisch, want de roep om participerende burgers vraagt ook om een dergelijke verandering. Kunnen wij van die twee ‘bijenvolkeren’ niet één zwerm maken?

De verdeling in bottom-up en top-down is nog actueel maar misschien is het tijd voor een middle-up-down ontwikkeling

img_7687Frans Soeterbroek is wat dat betreft een goed voorbeeld. Als adviseur in organische en maatschappelijke gebiedsontwikkeling schuift hij regelmatig tegen betaling aan bij de tafel van de gemeente. Als ruimtemaker (weer eens wat anders dan stadmaker, een term met een hoog knuffelgehalte) zit hij vaak ook aan dezelfde tafel maar ontvangt dan geen geld. En dat terwijl hij naast zijn expertise ook nog eens zijn passie en ideeën meebrengt. Die gespletenheid zie je ook terug in bijvoorbeeld stadsontwikkeling. Aan de ene kant grote strategische projecten die van bovenaf worden gedirigeerd, aan de andere kant maatschappelijke initiatieven die vooral niet te groot mogen denken. Want als er ‘echt serieus’ beleid gemaakt moet worden staan ze al snel aan de zijlijn toe te kijken, alsof er tegen hen gezegd is:’Leuk, hoe jullie bezig zijn, maar het speelkwartier is weer voorbij.’

img_7686Er zou juist meer vertrouwen moeten zijn in de collectieve intelligentie van een samenleving. Mooi uitgedrukt in de term; burgers bouwen geen gekke dingen. Stadmakers zijn vaak niet alleen de voorlopers van die intelligentie maar ook de brug tussen die collectiviteit en de beleidmakers die daar meestal (dankzij hun professionaliteit?) verder van af staan.

Beleidmakers zouden kunnen tegenwerpen dat je moeilijk de mening van iedereen mee kan nemen in de besluitvorming terwijl een beroep doen op de ‘wisdom of the crowd’ (één van de buzzwoorden op dit moment) dat eigenlijk wel vraagt. Eerst kijken wat er vanuit de bevolking of buurt zelf komt en daarna pas beleid en visie ontwikkelen, met in achtneming van het gezamenlijk belang.

Of zoals Frans het zegt; visie komt eigenlijk pas op het eind.

Er is een maatschappelijke onderstroom die het weer zelf wil doen. Onderzoek spreekt zelfs van 60%. En wat willen ze zelf doen? De stad maken, de zorg organiseren, collectief energie opwekken en zo meer. Dit gaat veel verder dan een participatiemaatschappij waar de burger wel veel zelf mag doen, maar niet het eigenaarschap krijgt. In het licht van deze nieuwe ontwikkelingen wordt participatie zelfs een beetje een treurige term. Niet voor niets hoort men steeds vaker over nieuwe vormen van (directe) democratie.

Ergens in de presentatie van Frans zie ik een driehoekig verkeersbord met het zwarte silhouet van een wandelaar erop, met daaronder; burgerlosloopgebied. Het idee dat de ‘burger’ niet meer de gebaande paden bewandelt maar ook het eigenaarschap opeist is misschien in geen beter beeld te vangen, of het moet natuurlijk dat idee van uitzwermen zijn.

img_7693Om een beetje in de hoek van dierenvergelijkingen te blijven; de term koekoeksklokparticipatie waarbij de gemeente af en toe als het vogeltje naar buiten schiet om input van de burger te vragen en daarna te midden van zijn vertrouwde mechanieken er mee aan de slag gaat valt ook nog. Maar eigenlijk doet de burger dat zelf ook. Het beeld van een weerhuisje waar soms de gemeente zichtbaar initiatieven neemt, afgewisseld met maatschappelijke initiatieven die af en toe toch de gemeente betrekken bij hun plannen klopt misschien beter. Het is geen kwestie van het één of het ander, het gaat erom dat je samen naar buiten gaat om te zien hoe de wereld eruit ziet en wat nodig is om te doen. En dat dan niet in de vorm van een technisch vraagstuk voor specialisten maar eerst kijken wat werkelijk belangrijk is.

De burger is daar zelf specialist in

Het is een bekend beeld bij maatschappelijk actieve mensen dat op het moment dat de gemeente aangeeft dat zij één van de ontwikkelingen die zij schetsen belangrijk vinden dat er een extern bureau wordt ingeschakeld die voor veel geld onderzoek gaat uitvoeren: dat houdt vooral in dat zij dezelfde actievelingen gaan bevragen voor input. Er wordt wel gezegd dat als je mensen de middelen geeft dat je soms maar één vijfde of een kwart van het geld nodig hebt dan de ‘traditionele’ aanbesteding zou kosten. Naast dit financiële voordeel creëert dit ook meteen veel meer draagvlak. Collectieve middelen zou je dat kunnen noemen. Eerst mobiliseren en dan pas richting geven, dan wordt de burger zelf ook richtinggevend.

Zoals een zwerm bijen, heb je ooit de leider kunnen aanwijzen? Die is er niet. Ze zwermen vanuit die collectieve intelligentie. Of misschien is het wel een soort besmettelijk optimisme van waaruit ze al dartelend door het luchtruim zwermen.

Moet er misschien onder dat verkeersbord met die wandelaar ook komen te staan: pas op, optimistisch besmettingsgevaar.

Het vervolgimg_7685

Deze avond was ook bedoeld om besmettelijk te zijn. Vanuit Platform Aan de Zaan gaan wij hier zeker een (praktisch) gevolg aan geven. De eerste stap die gemaakt is, is dat mensen zelf ideeën en thema’s kunnen aandragen hoe wij dit verder kunnen brengen.  De reacties vermelden we hieronder. Terwijl al die bedrijvige bijtjes weer uitzwermen gaan we dat bundelen en een volgende bijeenkomst plannen. Het is onze bedoeling dat wij echt aan de slag gaan met nieuwe vormen van de samenleving om ons heen te organiseren. Vormen die wij vooral samen moeten gaan ontdekken en uitproberen. Soms speels, soms brutaal.

Het speelkwartier is vanaf nu richtingbepalend!

Misschien is het dan toch een soort van lentegevoel. Een nieuwe lente, een nieuw geluid. Zwermende bijen en een plezierig besmettingsgevaar.

Jacob Passander

Hoe zou jij verder willen met dit thema? Stuur een mail naar info@platformaandezaan.nl en we vermelden hieronder je reactie.

Meer informatie over de achtergrond van de avond

15085682_724455847710993_7513139640303301038_n-1