Verslag 7 november: AJ Kruiter/verzorgingsstaat van de toekomst

Verslag 7 november: AJ Kruiter/verzorgingsstaat van de toekomst

img_4632-900-e1445090394909

De toekomst van de verzorgingsstaat baart ons zorgen. Onze kersverse koning zei het al in zijn eerste troonrede: ‘De participatiemaatschappij komt eraan, en de verzorgingstaat komt ten einde.’

Lees het verslag van maandag 7 november waarop Albert Jan Kruiter een inspirerend verhaal hield.

Albert Jan Kruiter vindt bovenstaande nogal een boute uitspraak. Hij heeft al meer dan twintig jaar zijn hart verpand aan de publieke zaak. Als oprichter en actieonderzoeker van het IPW (Instituut Publieke Waarden) maakt hij zich hard voor een cultuur waarin ‘we the people’ het eigenaarschap over onze gezamenlijke problemen en oplossingen weer terugpakken.

 

Voor hij dit voortvarend en overtuigend ging doen begonnen wij de avond eerst in mineur. Hans Bosma, ons ‘platform-maatje’ is onlangs plotseling overleden. Hij maakte zich zelf ook altijd sterk voor de ‘zorg’ en dit was een beetje ‘zijn’ avond. Hij was zo onder de indruk van Albert Jan dat hij deze, in zijn woorden, gave gast graag wilde uitnodigen. Daarom stonden wij eerst even stil bij het heengaan van Hans en begonnen wij de avond met een filmpje over wonen in Amsterdam-West dat hij zelf ooit had gemaakt. Al was Hans er zelf niet bij, de avond was er wel één die helemaal in zijn ‘geest’ was.

 

Albert Jan schetst met verve de geschiedenis van de verzorgingstaat en begint daarvoor bij de Oude Grieken. Socrates had bedacht dat een democratie niet te groot of te klein moest zijn. Is hij te groot heb je bureaucratie nodig, is hij te klein, kun je de grote problemen niet oplossen. Hij kwam uit op een getal van 50.000 mensen. Daarvan zouden er misschien maar twintig zijn die het burgerschap zouden kunnen dragen, want dat veronderstelde immers dat je het algemeen belang boven het eigen belang moest stellen. Natuurlijk hadden Plato en Aristoteles daar weer aanvullend commentaar op. In ieder geval werkte het een tijdje totdat de oude Grieken toch maar besloten eerst het eigen belang veilig te stellen. Kortom, ze werden allemaal ‘idioten’. Binnen vijftig jaar was de Griekse beschaving ten einde.

Het Griekse Idiotes verwees naar iemand die bij machte was voor anderen die dat niet konden te zorgen maar dat naliet, ze mochten op straat worden nageroepen.

In de Renaissance bedachten steden het ‘idiote’ plan om een zelfredzame stad te creëren door simpelweg alle niet-zelfredzame mensen buiten de stadspoorten te zetten. Dit had nog best kunnen ‘werken’ ware het dat het voedsel dat een stad nodig had buiten diezelfde stadspoorten werden verbouwd. Dus ze moesten wel zorg dragen voor al die niet-zelfredzame mensen.

Dat ging een tijd redelijk goed totdat de Amerikanen, in de ban van hun onafhankelijkheidstrijd, ‘we, the people!’ gingen roepen. De Fransen gooide daar een schepje boven op en kwamen met de universele rechten van de mens. Thorbecke maakte zich daar dan weer zorgen over want de meesten van die mensen konden die rechten niet eens lezen. En er moesten toch ook wel wat plichten zijn. Dus besloot hij in de grondwet te bepalen dat de mensen moesten worden opgevoed, maar dat de steden daartoe niet meer in staat waren.

En zo zorgde hij met enkele pennenstreken ervoor dat Nederland van meest gedecentraliseerd land van Europa naar minst gedecentraliseerd land ging.

Desalniettemin bestonden allerlei (sociale) instellingen tot 1950 nog vooral op wijkniveau en dreven voor 80% op vrijwilligerswerk. Totdat de overheid al die instellingen begon te subsidiëren, vervolgens regels ging opleggen en zo het fenomeen de ‘professional’ in het leven riep. De babyboomers, die zelfontplooiing tot het hoogste goed hadden uitgeroepen, begonnen daarna voor zichzelf banen te creëren van wat eerst vrijwilligerswerk was. Als Willem-Alexander toen al koning was geweest had hij waarschijnlijk in een troonrede gezegd: ‘De verzorgingsstaat komt eraan, de participatiemaatschappij komt ten einde.’

De burger met bijbehorende verantwoordelijkheden werd een op eigenbelang gerichte klant. En hoe meer individuen, hoe meer regels er nodig zijn. Maar het zijn nu vooral de veelheid aan regels en de versplinterde financieringstromen die de kosten van de verzorgingstaat onbeheersbaar (niet onbetaalbaar) maken. Dat leidt in deze tijd tot schrijnende gevallen waarin een man door een schuld van achtduizend euro in de problemen is gekomen en drie jaar lang elke week ongeveer zeventien uur nodig heeft om maar liefst 48 verschillende hulpverleners te woord te staan. Ondanks dat dit zo’n kleine 269.000 euro per jaar kost is het probleem nog steeds niet opgelost.

Elke ‘idioot’ kan uitrekenen dat het goedkoper en efficiënter is om eerst maar 8.000 euro te besteden aan het aflossen van die schuld. 

Het is maar één van de vele voorbeelden die Albert Jan aanhaalt. Soms ontstaan dergelijke probleemgevallen enkel en alleen omdat wij regels hebben verzonnen die mensen zonder geld door middel van financiële prikkels (boetes) moeten bewegen tot ander gedrag. (Klinkt idioot, niet?)

Dat lijkt heel erg op de zogenaamde entry-exit-paradox. Mensen komen door probleemgedrag in aanmerking voor bepaalde regelingen waar ze vervolgens weer uit worden geschopt vanwege hetzelfde probleemgedrag. Dat laat zich wel lezen als het failliet van de, door een centrale overheid geregelde verzorgingstaat.

We moeten dus terug naar een samenleving die veel meer lokaal wordt geregeld. Dat leidt tot meer betrokkenheid (burgerschap) en meer pasklare oplossingen. Met de participatiemaatschappij lijkt daarmee een goede stap te zijn gezet, want zowel burgers als lokale overheden krijgen weer meer ruimte, maar omdat Den Haag vervolgens weer aan het recentraliseren slaat wordt dat hele proces wederom gefrustreerd.

(Het hele proces lijkt een beetje op de ongedempte gedempte ongedempte gracht.)

Houden wij soms van regels? Misschien komt dat door een soort pervers gevoel van rechtvaardigheid. Wij vinden het erg als iemand ‘beter’ behandeld wordt. Door regels willen wij een extreme gelijkheid creëren die haaks staat op rechtvaardigheid. Want juist de mensen die meer zorg, dus eigenlijk een betere behandeling, nodig hebben vallen daardoor buiten de boot en dat kost de verzorgingsstaat dan vervolgens weer handenvol geld. Nou ja, de verzorgingstaat? De lokale overheden.

Het ziet er naar uit dat de democratie zich alleen daar kan herstellen waar lokale overheden en burgers samen de verantwoordelijkheid krijgen, nemen en dragen. Samen kun je bijvoorbeeld beslissen om in plaats van meer hulpverleners in te zetten eerst te investeren op de basis bestaanszekerheden als woonruimte en dergelijke.

Eigenlijk kom je dan weer dichter bij die 50.000 personen die Socrates noemt als het ideale aantal. Dan kun je lokale antwoorden op lokale vragen geven. Lokale oplossingen voor lokale problemen. In de gedecentraliseerde democratie van Den Haag is de verzorgingstaat ten onder gegaan maar in de lokale democratie kan die op een veel efficiëntere manier weer herrijzen. Een koning zou dat misschien de participatiemaatschappij noemen, ikzelf zie dat meer als; laten we niet meer zo idioot doen.

Jacob Passander

Download de publicatie van AJ Kruiter (Instituur Publieke Waarden) over Transformeren voor gevorderden.